Postbus 243 06 15 09 24 48
1200 AE Hilversum jj@janjoling.com

Dissertatie

Het promotie-onderzoek richt zich op de vraag hoe de (forensisch) accountant moet optreden in onderzoeken naar vermogens- en bedrijfsschade. Daarvoor bestaat geen vastomlijnd vaktechnisch of juridisch kader. Er kan slechts geconstateerd worden dat er nog relatief weinig literatuur en jurisprudentie over dit onderwerp is verschenen. De juridische literatuur richt zich vooral op de vraag of er een verplichting tot schadevergoeding bestaat en niet of een schadevergoeding aan feiten en omstandigheden kan worden gekoppeld. Buitenlandse schrijvers richten hun aandacht voornamelijk op casestudies. Er is inmiddels enige regelgeving en tuchtrechtspraak over het optreden van een forensisch accountant, maar de rol van de accountant in schadekwesties – anders gezegd: hoe dient hij zijn werkzaamheden uit te voeren als hij een oordeel moet geven over de aard en omvang van geleden vermogens- en bedrijfsschade – was vooralsnog onderbelicht gebleven. Nu het vakgebied zich bevindt in de context van wat inmiddels de claimcultuur is gaan heten en er sprake is van een toenemend aantal schadekwesties waar bovendien steeds hogere bedragen hun invloed laten gelden, heeft  deze studie mede in die lacune voorzien door het vakgebied van de accountant die zich bezighoudt met schadekwesties af te bakenen. Welke factoren spelen een rol bij de opdrachtaanvaarding, het onderzoek naar de feiten en omstandigheden en de rapportage? Hoe kunnen het accountantsvaktechnische en juridische kader van schadekwesties worden gerelateerd aan de praktijk van het schadeonderzoek door de accountant; en vice versa? Een van de concrete resultaten van deze studie is de formulering van een Richtlijn schadeonderzoeken.

 

Lees meer in het volgende PDF